• Stichting
  • Agility
  • Activiteiten
  • Kalender
  • Nieuws
  • Home

Sprongtechniek

Door Jacqueline Oonincx

Doel: het verbeteren van de sprongtechniek van je hond op een motiverende manier *). Deze oefening is zowel voor gevorderde combinaties als voor ervaren wedstrijd honden geschikt.

Benodigdheden: 5-6 sprongen en indien mogelijk een tunnel.

Achtergrond;Veel honden hebben een probleem met het optimaal inschatten van de sprongen en het vervolg in de rest van het parcours. Dit resulteert dan vaak ik latten, zeer ruime bochten etc. Deze oefening is bedoeld om de hond zelf sprongen te laten inschatten. Door de afstand constant te houden tussen de sprongen zorg je ervoor dat de hond in een ritme kan komen. Door het lopen van eenvoudige lijnen zonder afleidingen is het voor honden ook een motiverende oefening.

1e opzet

De sprongen staan op een rechte lijn met aan het eind als optie de tunnel als beloning. De afstand tussen de sprongen is gelijk. Ik neem meestal 4-6 m (afhankelijk van de soort en maat hond). Van belang is dat de hond goed uitkomt, vloeiend springt en telkens 1 galopsprong tussen de sprongen maakt. Komt je hond niet uit pas dan de afstand wat aan. Als dit goed gaat kun je een sprong ook vervangen door een oxer. Ik begin dan altijd met sprong 4 (de een na laatste sprong voor de tunnel). Doe de oefeningen een aantal keer totdat hij goed loopt, loop als handler telkens aan de andere kant van de hond.

2e opzet

De sprongen worden nu iets uit lijn gezet. In eerste instantie moet het mogelijk zijn voor de hond om er een rechte lijn van te kunnen maken. De afstand tussen de sprongen kun je beter te ruim dan te krap nemen (ca 5-7 m), dit mede afhankelijk van de soort hond en de ervaring van de hond. De handler loopt aan 1 kant mee en stuurt de hond vooruit over de sprongen. De hond moet zelf de lijn zoeken. Als dit goed gaat ga je de sprongen steeds iets meer uit lijn zetten.
Dit is een oefening waarin de hond moet denken hoe hij uitkomt en in welke galop hij moet landen om de volgende sprong te kunnen nemen.

3e opzet

Het vervolg op deze oefening voor ervaren honden/handlers is dat de sprongen zo ver uit elkaar staan waardoor je als handler in een rechte lijn tussen de sprongen kunt lopen en daarbij met richtingscommando’s of attentiecommando’s de hond voor je uit stuurt over de sprongen. Als handler moet je trachten om zoveel mogelijk op een rechte lijn te lopen en achter je hond te kruisen (standaardwissels). Je hond moet je sturen met goed getimede attentie of richtingscommando’s. Dit moet zo goed getimed worden dat de hond als het ware telkens om de staander heen draait. De snelheid van de hond moet niet te hoog worden, denk daar aan bij de start.Dit is een zeer lastige oefening voor zowel baas als hond, dus zeker beter regelmatig dan te lang oefenen.

 

Veel plezier, Jacky

*)
Als je hond zeer veel problemen met springen heeft zou je je wat meer kunnen verdiepen in de ‘jumping chute methode’ zoals deze door Clothier beschreven wordt.

 

Copyright 2009-2018 Stichting Agilityclub