• Stichting
  • Agility
  • Activiteiten
  • Kalender
  • Nieuws
  • Home

Kattenloop

Door Werner Rosseau

Snelheid op de kattenloop

In de agility hebben we te maken met de kattenloop. Een lang, smal toestel met twee raakvlakken. We willen dat onze hond in een paar seconden over deze plank gaat en de twee vlakken raakt. Lijkt zoals het hier staat niets voor te stellen maar we eisen nogal wat van onze hond. Het probleem voor ons als handler is dat we de hond eerst goed en veilig de kattenloop op willen sturen en dan ook nog de afloop willen controleren en de hond duidelijk moeten gaan maken welk toestel na de kattenloop genomen moet worden.

In de praktijk komt het erop neer dat honden vaak wel goed worden aangestuurd maar dat er snelheidsverlies optreedt of het aflopend vlak wordt gemist. Oorzaak: baas is niet in positie, de hond moet wachten op de baas, raakt gefrustreerd en mist, ondanks een goede afloopmethode, alsnog zijn vlak. Oftewel, onze aanwezigheid, onze wil om dicht op de hond te controleren is hiervan de belangrijkste reden.

Vraag: is het nou eigenlijk wel nodig om zo aanwezig te zijn? Kijkend naar de veiligheid is 1 moment het allerbelangrijkst: de oploop. Deze dient altijd veilig te gebeuren. Is deze nl. veilig, dan is het vervolg op de kattenloop ook veilig. Hebben we het dan over prioriteiten qua aanwezig zijn, dan is de oploop eigenlijk het enige punt om te controleren, aanwezig te zijn. Daarna moet ons scheurijzer op vier poten binnen de 2 seconden over het toestel heen zijn. Over veilig gesproken; is een hond in evenwicht op de kattenloop, dan kan er verder weinig misgaan als het om de gezondheid van de hond gaat.

Even 3 suggesties om onze frustratie, snelheidsverlies en missen afloop, evt. te elimineren. De eerste: onszelf trainen sneller te sprinten naar het eind van de kattenloop. Voordelen: hond verliest weinig tijd omdat hij niet lang moet wachten op de nodige hulp en de weg naar het volgend toestel kan direct worden aangegeven. Nadeel kan zijn dat je hier als handler niet de lichamelijke capaciteiten voor hebt.De tweede: de hond een methode aanleren, die niet afhankelijk is van de aanwezigheid van de handler. Voordeel: de snelheid over de kattenloop wordt volledig bepaald door de motivatie van de hond. Nadeel: handling na de kattenloop kan onduidelijk worden waardoor er na de kattenloop tijdsverlies optreedt; de hond weet niet goed waar hij naartoe moet. De derde: een combinatie van de voorgaande, waarbij de hulp naar het volgend toestel middels verbale signalen kan worden aangeboden (lees richtings/toestel commando’s).

Ik ga in op de tweede. Opmerking hierbij: is hier een goede basis mee gelegd, is er een uitloop naar drie mogelijk. Doel: een hond die op maximale snelheid over de kattenloop gaat en op een verbaal(mondeling) signaal van de handler het aflopende vlak raakt.

De basis heeft eigenlijk niets te maken met behendigheid. Al op jonge leeftijd kun je een hond duidelijk maken dat, als de hond iets snel uitvoert, er ook snel een beloning komt. Weet je eenmaal dat je hond uit z’n dak gaat voor een speeltje of voertje, dan kun je dat gebruiken om je hond snel te laten zitten of "down", "af" te laten gaan. Iedere hond die leergierig is, kun je perfectioneren op down en zitten.Uitvoering: Je geeft de hond het betreffende commando ("zit" of "down" of wat je er ook voor gebruikt). Voert de hond dan hetgeen jij wilt vervolgens uit, dan beloon je acuut met die ultieme beloning. Je zult in volgende trainingen zien dat je hond steeds meer z’n best gaat doen om snel z’n beloning te krijgen en na een poosje heb je het woord "down" of "zit" nog niet uitgesproken of je hond doet al wat je hem vraagt. Dan ga je het uitbouwen wat afstand betreft. Geef je hond op een paar meter afstand het betreffende commando. Voert hij het goed uit, zo snel mogelijk de beloning. Opmerking: speeltjes waarmee gegooid kan worden lenen zich hiervoor het best omdat de beloning sneller de hond bereikt. Nog een opmerking, beloon in het geval van een speeltje, ook vaak achter de hond. Hier bereik je mee dat de hond niet standaard verwacht dat de beloning altijd tussen zichzelf en de baas gegeven wordt. Ook op andere plaatsen kan een beloning komen. Het ultieme: je hond scharrelt op 40 meter afstand wat rond, je geeft ‘m een attentie en vervolgens een "down" of "zit"... Hond acuut down of op z’n krent: beloning!!! (Moet je wel 40 meter ver kunnen gooien;-))

Terug naar onze kattenloop. We hebben een hond die graag "down" gaat of graag gaat zitten. De hond kent de kattenloop...Is het wellicht een idee om de nadruk niet te leggen op het aflopende raakvlak maar hierna???
Oftewel, we kunnen onze goed voorbereide hond net zo goed laten zitten of "down" laten gaan na het aflopende raakvlak. Het grootste voordeel hiervan is dat de snelheid van de hond op de kattenloop erg hoog blijft en pas na het vlak er evt. een pauzemoment komt. Nog een voordeel: de hond zal pas remmen IN het aflopende raakvlak!!! De verwachting dat er na het toestel een pauzemoment komt, heeft tot gevolg dat onze vriend een paswisseling maakt en dus het vlak geraakt wordt!!!

De opbouw.

De start is erg simpel. Zet een kattenloop neer en leg na de kattenloop een rechte tunnel op 5 meter afstand. Zet je hond voor de kattenloop, ga zelf halverwege de kattenloop staan of als je hond dit niet pikt naast je hond, geef je hond het sein dat ‘ie de kattenloop mag nemen. Hierna ga je zelf alleen maar hardlopen en je hond motiveren richting tunnel. In eerste instantie houdt je hond misschien nog in op de afloop, na een aantal keren doorlopen en motiveren vliegt hij over de kattenloop door de tunnel! Merk je dat je hond onveilig hoog van de kattenloop richting tunnel gaat, leg dan de tunnel op 3 a 4 meter afstand. Dan komt ‘ie wat lager van de kattenloop af.Na een aantal trainingen merk je dat je hond op full speed doorstuift richting tunnel. Extra motivatie kan een speeltje/bal na de rechte tunnel zijn wat je instructeur kan gooien, nogmaals, we trainen alleen de snelheid van de hond.Volgende fase: meer zelfstandigheid.Snapt de hond dat er na de kattenloop gewoon doorgeraced mag worden, ga dan meer achter de hond werken. Einddoel: Zonder motivatie middels lopen of jutten van de handler vliegt de hond over de kattenloop, neemt de tunnel en krijgt vervolgens van de instructeur z’n speeltje na de tunnel. Op dit moment hebben we een hond die geen frustraties meer heeft op de afloop van de kattenloop en dus niet meer inhoudt op de afloop!

Nu verder.

We leggen de tunnel op een meter of 7 na de kattenloop. Zet de hond voor de oploop en ga zelf "ergens" voor de hond staan, langs de kattenloop. Geef ‘m z’n toestelcommando, loop zelf hard langs de kattenloop richting de tunnel. Geef je hond op het moment dat ‘ie de kattenloop verlaat het commando "down" of "zit". Voert hij dit naar behoren uit, dan mag hij als beloning de tunnel nemen. Waar de hond "down" of "zit" gaat, is nog niet belangrijk, ook de afloop is nog niet belangrijk. Voor het gemak kun je het beste wat voor de hond uitkomen, zodoende komt de "down" boodschap goed door.Next: gaat het hondje braaf tussen afloop en tunnel "down", ga dan zelf wat meer achterblijven. Als het goed is, kun je zien dat je hond na de "down" behoorlijk naar de tunnel zal kijken. Goed teken, hier kun je uit concluderen dat hij minder afhankelijk van jou aan het worden is.Bij het achterblijven tov. je hond is het belangrijk dat je nu goed gaat kijken naar hoe je hond van de afloop afrent. Probeer te kijken of hij in z’n sprint over de afloop ongeveer op dezelfde plek vertrekt. Dit moment wordt erg belangrijk, want net voor dit vertrekpunt moet je je "down" gaan leren timen. Opm.: ik kan hier verder nog theoretischer over gaan zitten orakelen, feit blijft dat JIJ aan moet gaan voelen wanneer je je "down" geeft, zodat je hond net wat remt in het vlak voordat ‘ie plat gaat... Mist ‘ie z’n vlak, was je te laat. Gaat het minder snel, dan ben je te vroeg.

Gaat het timen van je "down" of "zit" commando goed, dan is het zaaks om variatie na de kattenloop aan te gaan brengen. Bijv. de tunnel vervangen door een band of een sprong. Dan meerdere toestellen na de kattenloop. Wellicht ga je richtingscommando’s gebruiken, is wel makkelijk bij meerdere uitdagingen en je hond moet bij jou weggestuurd worden. Wees voorzichtig met toestellen die ongeveer op 90 graden na de kattenloop staan; juist dan is het zaaks om goed je "down" te timen, je hond zal, doordat hij geconditioneerd is op "naar het volgend toestel zoeken", geneigd zijn om schuin van de kattenloop af naar z’n "down" positie te springen... dag afloop, handje van de keurmeester! Schroom ook niet om een stap terug te doen, weer even naar die rechte tunnel.Bij deze manier van werken is geduld het allerbelangrijkste. Zeker bij honden die een andere methode gewend zijn moet je ervan uitgaan dat dit veel tijd kost.

Al met al is het een manier van werken die veel rendement op kan leveren; de snelste foutloze wint nou eenmaal...

Veel succes en plezier,

Werner Rosseau

 

 

 

Copyright 2009-2018 Stichting Agilityclub